Ergens in juni 2011 ontstaat het idee: een close-har­mony­groep met vijf (klassiek geschoolde) heren die de uitdag­ing aan­gaan met het beste van de six­ties!
Een hele zomer lang rijpt het plan, koort­sachtig wordt gezocht naar de zangers en naar wat hen uitein­delijk zal binden.
Okto­ber 2011 is de ‘blend’ per­fect: The Great Pre­tenders zijn een feit.


Natu­urlijk zijn deze vijf heren (bas, bari­ton, drie tenoren) schat­plichtig aan hun grote voor­beelden, maar ze voe­gen er de won­der­lijke alchemie van de close har­mo­ny aan toe en meer ‘let’s pre­tend’: milde ironie tussen de lij­nen, een vleug intel­li­gente scherts, chore­ografie met een knipoog.

Ze pre­tenderen alles aan te kun­nen, zow­el ‘clas­sic oldies’ (“Only You”, “Ramona” e.a.), als lichtvoetige rock ‘n roll, maar even­goed geweldige songs uit de Gold­en Six­ties (“Sug­ar Baby Love” e.a.).

Tune and groove zijn graag ‘retro’, maar het belet hen niet ook heden­daags reper­toire te tack­e­len (Stro­mae!).


De uitdag­ing van The Great Pre­tenders is even sim­pel als com­plex: het pub­liek beko­ren met schit­terende num­mers en de magie van vijf per­fect

uit­ge­bal­anceerde stem­men. Het resul­taat is een “zelden geho­orde rijk­dom aan klank en kleuren” (pers). En of het pub­liek dit weet te smak­en !